Het is 2060. Alles op Aarde lijkt goed geregeld te zijn, maar waardoor worden er bijvoorbeeld nergens meer kinderen geboren? Het antwoord lijkt te vinden in de Kasteelstad diep in de bergen waar de machtige Raadslieden wonen.
De reis per paard door een ruig en verlaten gebied is niet gemakkelijk. En dan weten Olwen en haar reisgenoten nog niet eens dat ze een paar maanden later een veel langere en heftigere reis zullen maken!
Olwen heeft ook nog een persoonlijk probleem: moet ze ingaan op de toenadering die haar jeugdvriend Finn steeds meer zoekt? Of zitten haar heimelijke gevoelens voor iemand anders dat in de weg?
Als alles in een stroomversnelling raakt, wordt ze gedwongen om beslissingen te nemen.
Maar zijn dat de goede?